Chronische ziekte en mindfulness

Mindfulness is een oefening om te zien wat er gaande is. Bij kleine alledaagse voorvallen is dat niet zo ingewikkeld, maar als je een chronische ziekte hebt vraagt het moed om jezelf met je kwalen onder ogen te komen. Dan kan mindfulness behoorlijk confronterend zijn. Het is dan ook belangrijk jezelf zo te benaderen als je zelf graag benaderd wilt worden: met vriendelijkheid, aandacht en respect.

De bodyscan is een oefening om juist op die manier – vriendelijk, aandachtig en respectvol – je lichaam te verkennen. Je komt dan waarschijnlijk ook enkele verschijnselen van je ziekte tegen. Dat kan stijfheid zijn, pijn, moeheid, of een veranderd lichaam na een operatie. Blijf zorgvuldig waarnemen wat je opmerkt, ook als er gevoelens zijn zoals verdriet, boosheid of angst. Je zegt dan stilletjes in jezelf: “Laat het er maar zijn.”

Oefenend met mindfulness raakte ik (Noud) steeds meer vertrouwd met mijn ziekte, de ziekte van parkinson. Ik formuleer mijn ervaringen en observaties hieronder in de vorm van enkele aanbevelingen, onder andere voor mensen met parkinson. Maar vermoedelijk heb je er ook iets aan als je te maken hebt met een andere ziekte.

Besef dat ziekte en tegenslag bestaan. Ieder mens krijgt vroeger of later met verlies en verval te maken, al vind je het misschien niet eerlijk dat je ziek geworden bent. Soms is er een ‘schuldige’ aan te wijzen, bijvoorbeeld een automobilist die door rood reed en jou met een hersenbeschadiging opzadelde. De kunst is dan je energie te steken in goed voor jezelf en je ziekte te zorgen in plaats van te blijven vechten tegen de ‘dader’. Blijf niet steken in woede.

Geef jezelf emotioneel de ruimte. Laat er plaats zijn voor verdriet, boosheid en angst, zonder ze weg te duwen of groter te maken. Ze gaan weer voorbij. Een manier om gevoelens te observeren vind je hier

Wees vriendelijk voor jezelf. Aanvaard jezelf met alles wat je met je mee draagt, dus ook met je tremoren, je pijn, je ongemakken. Van vechten word je moe, en het lost meestal niet veel op. Natuurlijk kan het zijn dat je goede ervaringen hebt met vechten tegen je ziekte, dat je de strijd aangaat en je ziekte wilt overwinnen. Als dat jouw methode is en je er prettig bij voelt, is dat prima. Oordeel zelf welke benadering het beste bij je past.

Leef in het nu. Zelden heb je op een bepaald moment last van alle verschijnselen die bij je ziekte horen. Je kent wellicht een hele waslijst aan ziekteverschijnselen, maar die heb je niet allemaal op hetzelfde moment. Zo kan het zijn dat je handschrift slecht leesbaar is geworden. Maar als je tv kijkt is dat handschrift helemaal niet relevant. Vraag je regelmatig af: “Wat merk ik op dit moment?” (en wat niet!)

Leer afstand nemen. Er is meer in het leven dan je ziekte. Je ‘ik’ is niet ziek! Door je niet te vereenzelvigen met je ziekte creëer je speelruimte. Dat wordt ook wel disidentificeren genoemd: je niet identificeren met je ziekte. Je hebt een ziekte – dat is duidelijk – maar er is meer dan je ziekte. Laat je ziekte geen obsessie worden.

Leer integreren. Dat betekent dat je je ziekte inpast in je leven. Integreren is een vervolg op twee eerdere stappen: erkennen en aanvaarden wat er is. Je ziekte is in je leven gekomen – ongevraagd en ongewenst, maar je hebt het er mee te doen. 

Zoek slimme oplossingen. Het is een misverstand te denken dat aanvaarden van je ziekte betekent dat je de moed opgeeft, dat je het erbij laat zitten. Het is eerder omgekeerd: pas als je je ziekte aanvaardt kun je vervolgstappen zetten. Bedenk hoe je verlies van functies kunt opvangen door handige hulpmiddelen te gebruiken, zoals een stappenteller als je meer wilt bewegen. Je kunt gesneden groente kopen als zelf groente snijden niet meer gaat. Of je kiest er voor om meer tijd te nemen om je groente te snijden. Ook dat kan een oplossing zijn.